
“Mijn bedrijf is mijn pensioen.” Ik hoor die zin bijna wekelijks van ondernemers. Toch is de rekensom risicovoller dan hij klinkt: heb je een vermogen van 1,2 miljoen euro, waarvan 1 miljoen euro in je bedrijf zit, en valt de verkoop straks 30% tegen? Dan ben je in één klap 300.000 euro aan pensioen kwijt.
Gelukkig hoef je dat risico niet zomaar te accepteren. Met de juiste voorbereiding bouw je vermogen op dat losstaat van de verkoop van je bedrijf. Ik help ondernemers dagelijks om dit soort blinde vlekken op tijd in kaart te brengen.
In dit artikel bespreek ik 6 kernvragen waar je op moet letten voordat je blind vertrouwt op de verkoop van je bedrijf als pensioen.
Veel ondernemers denken dat hun bedrijf later vanzelf hun pensioen wordt. Ze steken jarenlang tijd, energie en geld in de zaak en gaan ervan uit dat de verkoopwaarde die investering op termijn weer teruggeeft.
Stel dat je een totaal vermogen hebt van 1,2 miljoen euro, waarvan 1 miljoen euro in de waarde van je bedrijf zit en maar 200.000 euro in ander vermogen. Valt de bedrijfsverkoop dan 30% tegen, dan verdwijnt er in één klap 300.000 euro aan verwacht pensioenvermogen, terwijl er nauwelijks ander vermogen is om dat op te vangen.
Dat laat zien hoe kwetsbaar je bent als je pensioen bijna volledig van één uitkomst afhangt.
De waarde van je bedrijf hangt af van factoren die je niet zelf in de hand hebt. Een bedrijf met een jaarlijkse EBITDA van 250.000 euro is bij een waardering van drie keer de EBITDA 750.000 euro waard. Bij een waardering van vijf keer de EBITDA loopt dat op tot 1.250.000 euro.
Dat is een verschil van 500.000 euro, puur door de marktomstandigheden op het moment van verkoop, terwijl de onderliggende prestaties van het bedrijf gelijk blijven. Die onzekerheid maakt bedrijfswaarde een wankele basis voor je pensioen.
Een bedrijf verkopen kost gemiddeld tussen de één en drie jaar. Stel dat je had gepland om op je 65e met pensioen te gaan en dan 40.000 euro per jaar uit de verkoopopbrengst te halen.
Duurt de verkoop twee jaar langer dan verwacht, dan loop je in die periode 80.000 euro aan geplande pensioeninkomsten mis, terwijl je ondertussen wel moet doorwerken of moet interen op ander vermogen. Die vertraging kan dus flink in de papieren lopen.
Verkoop je je bedrijf als eenmanszaak, dan valt de winst op de verkoop in box 1. Stel dat de stakingswinst 1.000.000 euro bedraagt. Na de stakingsaftrek van 3.630 euro blijft 996.370 euro over. Daarvan is 12,7% vrijgesteld via de mkb-winstvrijstelling, ongeveer 126.539 euro, waardoor 869.831 euro belastbaar overblijft.
Reken je dit bedrag door de progressieve tarieven van box 1, met het grootste deel in de hoogste schijf van 49,5%, dan betaal je in totaal ongeveer 421.000 euro belasting. Van je miljoen hou je dan netto ongeveer 579.000 euro over, een effectieve belastingdruk van ruim 42%.
Casus: hoe dit uitpakt voor Henk
Henk (63) heeft een eenmanszaak in de bouw, ‘Timmer aan de weg’, en wil verkopen zodra hij 65 wordt. Hij heeft dit jaar een EBITDA van 200.000 euro en verkoopt zijn bedrijf voor vijf keer de EBITDA: een verkoopsom van 1.000.000 euro.
Omdat het een eenmanszaak betreft, wordt de winst grotendeels in box 1 afgerekend tegen het hoogste tarief. Er zijn wel verzachtende regelingen, zoals de mkb-winstvrijstelling en de stakingsaftrek. Omdat Henk nog vijf jaar van de AOW-leeftijd verwijderd is, koopt hij bovendien een stakingslijfrente en laat die direct uitkeren.
Henk wil de helft van de verkoopwinst, 500.000 euro, direct op zijn rekening hebben. Onder andere voor de aflossing van zijn hypotheek, een nieuwe auto en andere uitgaven. De andere helft zet hij om in een stakingslijfrente.
De stakingswinst van 1.000.000 euro komt in box 1 terecht. Na de stakingsaftrek en de mkb-winstvrijstelling blijft zo’n 870.000 euro belastbaar over. Trek je hier de 500.000 euro lijfrente-inleg van af, waarbij de aftrek van de mkb-winstvrijstelling maar tegen 37,56% wordt verrekend, dan betaalt Henk onder de streep ruwweg 189.000 euro belasting.
Van de 500.000 euro die hij direct opneemt, houdt Henk netto ongeveer 311.000 euro over: een effectieve druk van zo’n 37,8%, in één keer. De lijfrente-uitkering komt neer op minder dan 30.000 euro bruto per jaar, gedurende 25 jaar, tot zijn 80e.
Henk was gewend om te leven van een inkomen van 125.000 euro per jaar. Hij zal zijn levensstijl dus flink moeten aanpassen. Iets waar hij niet op had gerekend toen hij zijn pensioen volledig aan de verkoop van zijn bedrijf koppelde.
Zonder holding gebeurt het volgende:Verkoop je in plaats daarvan de aandelen van je bv, dan valt de winst in box 2 als inkomen uit aanmerkelijk belang. Stel dat de verkoopwinst ook hier 1.000.000 euro bedraagt. Over de eerste 68.843 euro betaal je 24,5% belasting, ongeveer 16.600 euro. Over het restant van 932.200 euro betaal je 31%, ongeveer 289.100 euro.
In totaal betaal je dan zo’n 305.700 euro belasting, en hou je netto ongeveer 694.300 euro over. Dat is een effectieve belastingdruk van ruim 30%, ruim 12 procentpunt lager dan bij de eenmanszaak in kernpunt 4.
Met holding is het beeld nog gunstiger. De holding verkoopt de aandelen in de werkmaatschappij en ontvangt de verkoopopbrengst door middel van de deelnemingsvrijstelling belastingvrij.
| Eenmanszaak (box 1) | Bv (box 2) | |
|---|---|---|
| Verkoopwinst | € 1.000.000 | € 1.000.000 |
| Aftrekposten | Stakingsaftrek + mkb-winstvrijstelling | Geen vergelijkbare vrijstelling |
| Belastbaar bedrag | ≈ € 869.800 | € 1.000.000 |
| Tarief | Progressief, grotendeels 49,5% | 24,5% tot € 68.843, daarna 31% |
| Belasting (indicatief) | ≈ € 421.000 | ≈ € 305.700 |
| Netto over | ≈ € 579.000 | ≈ € 694.300 |
| Effectieve belastingdruk | ruim 42% | ruim 30% |
Dit zijn indicatieve bedragen op basis van de huidige tarieven en vrijstellingen; je eigen situatie kan afwijken.
Juist omdat bedrijfswaarde onzeker is en de verkoop belast wordt, is het verstandig om naast je bedrijf apart vermogen op te bouwen. Zet je vanaf je 45e tot je 65e jaarlijks bruto 12.000 euro opzij in een lijfrente, met een gemiddeld rendement van 7% per jaar, dan groeit dit bedrag na 20 jaar tot ongeveer 520.000 euro.
Dat is vermogen dat volledig losstaat van wat je bedrijf ooit waard blijkt te zijn, en dat je zelf opbouwt in plaats van dat je het overlaat aan de verkoopmarkt.
In dit artikel heb ik alleen gekeken naar het verschil in belastingdruk tussen een verkoop als eenmanszaak en als bv, en naar het risico van een onzekere bedrijfswaarde. Wat een verkoop precies voor jou betekent, hangt ook af van zaken als je ondernemingsstructuur, eventuele bedrijfsopvolging en je persoonlijke financiële situatie.
Daarom is een totaalplaatje nodig: pas als je je bedrijf, je privévermogen en je pensioenwensen naast elkaar legt, zie je waar de risico’s en kansen echt zitten.
Wil je weten wat jouw bedrijf je straks werkelijk oplevert, en hoeveel je daarnaast nodig hebt om je levensstijl vast te houden? Ik denk graag vrijblijvend met je mee in een kennismakingsgesprek.